|
Jarenlang koos Bram Stoof
voornamelijk het landschap en het stilleven als onderwerp. De
afgelopen tijd is de mens meer en meer centraal komen te staan
in zijn werk. Dat wil overigens niet zeggen dat het hem voorheen
aan liefde en belangstelling voor dit mooie en moeilijke thema
ontbrak. Het tekenen naar levend model heeft hij nooit verwaarloosd.
Minstens een avond per week besteedt Stoof met veel plezier
aan deze studie, die hij als een fundament voor zijn vak ziet.
Nee, veeleer school de reden dat de schilder zich pas nu aan
uitgewerkte portretten en figuurstukken wijdt, in het tegendeel.
De begaanheid met het onderwerp gaf hem reden tot uitstel van
de behandeling ervan.
De
sessies vinden plaats in de vriendelijke ambiance van
het atelier, en duren niet veel langer dan drie uur. Nu en dan
wordt een pauze gehouden, naar wens van de zitter. Het aantal
zittingen is afhankelijk van de wensen van de opdrachtgever,
en houdt verband met het formaat en de complexiteit van de opdracht.
Zo kan bijvoorbeeld een achtergrond veel tijd vergen. Wel is
het zo dat de schilder veel op geheugen werkt. Aan het decor
wordt grotendeels in afwezigheid van het model veel aandacht
besteed. Voor een werk van bescheiden omvang kan men uitgaan
van ongeveer vier samenkomsten, de eerste kennismaking niet
meegerekend. Het verlangde materiaal is eveneens bepalend voor
de tijdsduur. Bij het bovenstaande is uitgegaan van olieverf,
de meest duurzame en tijdrovende techniek. Voor de andere technieken,
zoals aquarel en krijt, gelden andere voorwaarden.
De
kosten verbonden aan een portret worden bepaald door
het gebruikte materiaal, het formaat en de bewerkelijkheid van
de opdracht. Dit laatste kan bijvoorbeeld te maken hebben met
de gewenste achtergrond van het schilderij. Wanneer op locatie
gewerkt moet worden, zullen reiskosten en extra tijd hun invloed
op de prijs hebben. Ter indicatie: een portret in olieverf van
50 x 70 cm met een neutrale achtergrond komt uit op zo'n €900,-.
Bewondering vormt de grondslag
voor de wijze waarop Stoof zijn onderwerp tegemoet treedt, niet
alleen in het stilleven en het landschap, maar ook in het vastleggen
van de mens. Zijn wens om de mens zo respectvol mogelijk weer
te geven, stelt aan de kunstenaar hoge eisen. Om hieraan te
kunnen voldoen, achtte Stoof een zekere rijping nodig in zijn
vaardigheid als schilder. Inmiddels denkt hij die bereikt te
hebben en neemt hij graag portretopdrachten aan.
Stoof stelt twee eisen aan een portret.
Wat betreft de eerste eis verschilt een portret niet van een
ander genre. Er moet een goed schilderij ontstaan. Zoals dat
bij elk kunstwerk noodzakelijk is, zal een zekere ontroering
teweeg gebracht moeten worden. Deze is niet gerelateerd aan
het afgebeelde, maar aan de ervaring van schoonheid in de weergave
daarvan. Dus ook wanneer hij de afgebeelde persoon niet kent,
zal de toeschouwer geboeid moeten kunnen kijken.
De tweede eis waaraan het portret dient
te beantwoorden, is meer specifiek voor het genre. De schilder
wil zijn onderwerp recht doen, en hierbij speelt de gelijkenis
een grote rol. Voor de diep in de traditie gewortelde Stoof
brengt dit een nauwgezetheid in het detail met zich, die in
zijn andere thema’s minder sterk speelt. Kan de schilder in
een landschap nog wel eens een boompje uit esthetische overwegingen
insnoeien, met de grootte van een neus kan hij zich minder vrijheid
permitteren. Een oog dat een halve centimeter naar boven of
beneden verdwaalt, kan een uiterlijk al sterk veranderen.
Het oproepen van het beeld van een levend
mens bestaat overigens niet uit een met technisch vernuft uitgevoerde
klinische registratie van een uiterlijk. Bij het schilderen
naar levend model vindt interactie plaats. Er is direct contact.
Het verhaal van een portret gaat altijd over twee personen.
Het is geen neutrale weergave. In het portret verenigen zich
de geportretteerde en de portrettist. De afbeelding toont de
eerste, de manier van afbeelden de tweede. We kunnen er in wisselwerking
de betrokkenheid van de ene mens met de andere in aflezen.
Vanzelfsprekend heeft de visie op waaraan
een goed portret dient te voldoen, weerslag op de werkwijze
van de kunstenaar. Stoof vindt het persoonlijk contact met de
geportretteerde van essentieel belang om aan zijn doelstellingen
te kunnen voldoen. Naar foto’s werkt hij niet, of slechts bij
hoge uitzondering, zoals wanneer het een postuum portret betreft.
De af te beelden persoon zal dus bereid moeten zijn enige tijd
stil te zitten. Een al te zware kwelling hoeft dit beslist niet
te worden.
De een zit op de rode Javaanse bank in
het gelige schijnsel van een lamp. Hij heeft zijn blik laten
dwalen over het bestofte gemberpotje, de dode bloesemtakken,
de zwijgende naakte meisjes die van de muren willen dansen.
Toen hij dat alles voor het eerst zag, was hij nog gast. Maar
dat is nu voorbij. Nu is hij als zij geworden. Een aanwezigheid.
Hij hoort hier nu, hij is onderdeel van deze omgeving, die hem
vorm geeft en waardoor hij gevormd wordt. In dit intieme universum
heeft zijn oog een plekje gevonden waaraan het zich kan hechten.
Maar zien doet hij dat plekje al niet meer. Net zoals alles
hier zijn plaats gevonden heeft, is hij indachtig geworden.
Hij kijkt naar binnen, en ziet daar dat hij gezien wordt.
Want daar is
de ander. Zijn silhouet steekt nevelig af tegen het venster.
Net was hij nog mens, maar nu lijkt hij te zijn opgelost in
de van hars en olie gekleurde lucht. Zijn bestaan lijkt vergeten,
het is alsof zijn hele wezen zich heeft teruggetrokken in zijn
hand en zijn oog. Zijn stem is er nog wel, die bromt onbewust
een vergeten melodie. Verder klinkt alleen het borstelen van
een penseel op linnen. De man werkt. Hij schildert, hij schrijft
in verf. Hij ziet de ander op de bank, en dat zien stuurt zijn
hand. Zo schrijven zij samen het verslag van een ontmoeting.
|